Met ingang van 1 juli 2002 geldt een nieuwe regeling inzake vaderschapsverlof. Deze regeling is van toepassing op alle werknemers die worden tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst onder de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Ruw gesteld komt dit neer op de ganse privé-sector en op de contractuele personeelsleden in overheidsdienst."
"De regeling op het vaderschapsverlof is weliswaar van toepassing op de contractuele personeelsleden in overheidsdienst, maar dit sluit geenszins de mogelijke toepassing uit in de betrokken openbare diensten of instellingen van andere verlofregelingen die eventueel worden toegestaan n.a.v. de geboorte van een kind. Contractuele personeelsleden in overheidsdienst dienen zich over het al dan niet bestaan van dergelijke andere verlofregelingen te informeren bij hun personeelsdienst.
Volgende categorieën vallen in principe niet onder de regeling inzake vaderschapsverlof van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten :
statutair aangestelde personeelsleden (vastbenoemden);
gesubsidieerde personeelsleden van het vrij onderwijs die niet worden tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst in het kader van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
vrijwilligers;
zelfstandigen en meewerkende echtgenoten.
Voor statutaire personeelsleden en gesubsidieerde personeelsleden van het vrij onderwijs die niet met een arbeidsovereenkomst onder de wet van 3 juli 1978 worden tewerkgesteld, gelden op het vlak van vaderschapsverlof de regels die daaromtrent worden voorzien door het statuut dat op hen van toepassing is. Omtrent dit statuut kan het best informatie worden ingewonnen bij de eigen personeelsdienst.
Vaderschapsverlof
In de regeling op het vaderschapsverlof heeft elke werknemer, ongeacht het arbeidsregime waarin hij is tewerkgesteld (voltijds of deeltijds), het recht om tien dagen van het werk afwezig te zijn naar aanleiding van de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs zijn zijde vaststaat. Deze tien dagen mogen door de werknemer vrij worden gekozen binnen vier maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Zij dienen niet noodzakelijk in één keer te worden opgenomen, maar kunnen naar keuze van de werknemer worden gespreid over de periode van vier maanden vanaf de bevalling. De dag van de bevalling geldt als eerste dag van die periode van vier maanden.
Deze regeling zal van toepassing zijn op de bevallingen die plaastvinden vanaf 1 april 2009.
In geval van geboorte van een tweeling of een meerling worden de 10 dagen vaderschapsverlof slechts 1 maal toegekend.
Tijdens de eerste drie dagen van het vaderschapsverlof behoudt de werknemer zijn volledige loon ten laste van zijn werkgever. Om recht te hebben op dit loon dient de werknemer de werkgever vooraf te verwittigen van de bevalling. Indien dit laatste onmogelijk blijkt, moet de werknemer de werkgever zo spoedig mogelijk verwittigen.
Tijdens de volgende zeven dagen van het vaderschapsverlof ontvangt de werknemer geen loon, maar wordt hem een uitkering toegekend via de uitbetalingsinstellingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (ziekenfondsen). Het bedrag van deze uitkering is vastgelegd op 82% van het gederfde brutoloon (het dagbedrag van dit brutoloon is evenwel begrensd tot 101,2117 € - bedrag op 1 juli 2003, voor de indexaanpassingen van dit bedrag kan men de website van het RIZIV raadplegen)."
Bron: Ministerie van Arbeid
| < Vorige | Volgende > |
|---|
- 14/02/2010 - Verlenging maximale toekenningsduur Vlaamse overbruggingspremie
- 13/02/2010 - Download nieuwe brochure tijdskrediet
- 12/02/2010 - Pensioenconferentie
- 10/02/2010 - Dienstencheque verandert van look
- 07/02/2010 - Familiaal verlof en verlof om dwingende redenen
- 07/02/2010 - Het moederschapsverlof
- 07/02/2010 - Het politiek verlof
- 07/02/2010 - De Vlaamse aanmoedigingspremie
- 07/02/2010 - Indexaties en loonsverhogingen februari 2010
- 07/02/2010 - De NMBS verhoogt haar tarieven



